Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Samenvatting

Het weerstandsvermogen geeft de financiële gezondheid van de gemeente weer. We drukken deze uit in een ratio. De uitkomst van de ratio moet in beginsel minimaal 1 zijn.
Op hoofdlijnen is het beeld als volgt:

Omschrijving

Bedrag/ratio incidenteel

Bedrag/ratio structureel

Geïnventariseerde risico’s

€ 1,05 miljoen

€ 0,28 miljoen

Weerstandscapaciteit

€ 53,3 miljoen

€ 1,3 miljoen

Weerstandsratio

50,97

4,64

De conclusie hieruit is dat de weerstandscapaciteit van voldoende omvang is om de gekwantificeerde risico’s te ondervangen. Er is ook ruimte voor het opvangen van risico’s die nog te onzeker zijn en daarom als ‘PM’ zijn ingeschat. Er zijn geen rode risico's deze keer vergeleken met de vorige rapportage in de begroting 2017. Er zijn maatregelen getroffen om deze af te laten nemen. Voor bijvoorbeeld Heesch-West hebben we 7,5 miljoen extra in de voorziening gestort. In de rest van de paragraaf lichten we deze uitkomsten toe.

1. Beleid

Het beleid van de gemeente ten aanzien van risicomanagement is nader uitgewerkt in de notitie risicomanagementbeleid.

Risicomanagement is gedefinieerd als het op gestructureerde wijze identificeren, analyseren en beheersen van risico’s die van invloed zijn op de realisatie van gemeentelijke doelstellingen. De focus ligt op risico’s met een mogelijk substantiële invloed op de financiële positie van de gemeente. Aan ons risicomanagement liggen onder andere de volgende uitgangspunten en randvoorwaarden ten grondslag:

  • Risicomanagement is onderdeel van de reguliere verantwoordelijkheid van het (lijn)management en is een cyclisch proces.
  • We maken zoveel mogelijk gebruik van bestaande instrumenten voor risico-identificatie en -beheersing.
  • Risicobeheersing doen we zoveel mogelijk in de reguliere processen.
  • Het toepassen van risicomanagement betekent niet dat we alle risico's kunnen voorkomen.

Risico’s hangen vaak samen met externe factoren. Daarop hebben we als gemeente niet altijd direct invloed. Daarom is het lastig deze risico’s in alle gevallen voldoende betrouwbaar te kwantificeren.
Risico’s ontwikkelen zich voortdurend. De laatste rapportage over de risico’s en de beheersing daarvan is in de programmabegroting 2017-2020 opgenomen. In deze jaarrekening hebben we de risico-inschatting uit de begroting geactualiseerd.

Risicokaart

Omdat risico’s lastig te kwantificeren zijn maken we gebruik van de risicokaart. De risicokaart geeft inzicht in de categorisering van de risico’s naar kans en gevolg.

Gevolg x € 1.000

>= 1.600

 

 

 

 

 

 

1.200 - 1.600

 

 

 

 

 

 

800 - 1.200

 

 

 

 

 

 

400 - 800

 

 

 

 

 

 

0 - 400

 

 

 

 

 

 

 

0-20

20-40

40-60

60-80

80-100

Kans %

Een risico dat zich in het groene gebied bevindt heeft minimale financiële gevolgen. Een risico dat een score heeft in het oranje gebied, vraagt om extra aandacht. Het is hier van belang tijdig beheersmaatregelen te nemen. Een risico met een risicoscore in het rode gebied, vereist directe aandacht om een grote extra last te voorkomen. Preventieve en reducerende beheersmaatregelen kunnen de kans respectievelijk het gevolg terugbrengen naar een acceptabel niveau.

In de volgende tabellen geven we de risico’s weer op volgorde van kans x gevolg van hoog naar laag.
Het bedrag genoemd onder impact heeft betrekking op 1 jaar, als het een structureel risico betreft hebben we het bedrag doorgerekend over de gehele begrotingsperiode van 4 jaar om het risico te kunnen schalen in de risicokaart.

3. Tactische en operationele risico's

2.1 Risico's in de rode categorie

We hebben geen risico's in de rode categorie.

2.2 Risico's in de oranje categorie

Risico en beheersmaatregel

S/I[1]

Impact

Kans

Risicobedrag
(impact x kans)

Benodigde weerstandscapaciteit

Boete Attero

I

PM

25%

PM

PM

Risico
De Brabantse gewesten hebben de arbitragezaak van Attero gewonnen. Daartegen is geen beroep mogelijk. Maar Attero vindt dat de arbiters de arbitrageprocedure niet goed hebben toegepast en heeft daarom bij het gerechtshof Den Haag een procedure aangespannen om de beslissing van de arbiters te laten vernietigen. Die procedure gaat niet over de inhoud van het geschil maar uitsluitend over de toepassing van de arbitrageprocedure door de arbiters.
De kans dat Attero door het gerechtshof in het gelijk wordt gesteld wordt niet hoog ingeschat. Maar het kan niet volledig worden uitgesloten. Als Atttero in het gelijk wordt gesteld dan betekent dat, dat de arbitragezaak over moet worden gedaan door nieuwe arbiters. Inmiddels heeft Attero aangekondigd dat zij ook over de jaren 2015 en 2016 naheffingsfacturen zal sturen. We verwachten pas een vonnis van het gerechtshof in de loop van 2017 of 2018.

Beheersmaatregel
We onderzoeken juridische mogelijkheden en we voeren gesprekken met betrokken partijen.

Vennootschapsbelasting 2016

I

PM

25%

PM

PM

Risico
Met ingang van 1 januari 2016 zijn we als gemeente belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb). Dit betekent dat we vennootschapsbelasting moeten gaan betalen over het resultaat op activiteiten waarbij we fiscaal gezien een onderneming drijven. Dit zijn de activiteiten afval, parkeren en het grondbedrijf.

De te betalen vennootschapsbelasting zal voor het grootste deel bepaald worden vanuit het grondbedrijf. Omdat er nog veel onduidelijk is over de exacte uitvoering van de wet, is er voor de berekening van de Vpb last van het grondbedrijf een aantal standpunten ingenomen. Deze standpunten zijn als defensief te kenmerken, de verwachting bestaat dan ook dat de Belastingdienst deze standpunten zal accepteren. Op basis van deze standpunten zou het grondbedrijf in 2016 naar verwachting een fiscaal verlies behalen. Dit verlies kan verrekend worden met de overige activiteiten afval en parkeren, waardoor de totale verwachte Vpb in 2016 op nul uit zal komen.

Mocht de Belastingdienst uiteindelijk toch andere standpunten innemen, kan dit resulteren in een afwijkende fiscale winst voor het grondbedrijf en mogelijk een bedrag aan verschuldigde vennootschapsbelasting.

Beheersmaatregel
Er zijn reeds twee overleggen met de Belastingdienst geweest waarin we hebben aangegeven wat de basis is voor onze inschatting over de Vpb en aangifte. Verder overleggen diverse belangengroeperingen (bijvoorbeeld het SVLO en de NVRD) met de Belastingdienst over diverse fiscale onderwerpen. De uitkomst uit deze overleggen zullen we gaan volgen bij onze aangifte 2016.

Essentaksterfte

S

PM

PM

PM

PM

Risico
Ook in Oss heeft de ziekte essentaksterfte toegeslagen. We onderzoeken de huidige kwaliteit van de Essen, hoeveel zijn er aangetast en in welke mate? Hierna bepalen we hoeveel er verwijderd en vervangen moeten worden. De kosten van het vervangen en verwijderen zijn niet voorzien binnen de huidige begroting. De vervanging van bomen onder 'normale omstandigheden' vindt plaats binnen de uitgangspunten van het structuurplan bomen.

Beheersmaatregel
Onderzoek naar de omvang en kosten van verwijderen, vervangen van Essen.

2.3 Risico's in de groene categorie

Risico en beheersmaatregel

S/I[2]

Impact

Kans

Risicobedrag
(impact x kans)

Benodigde weerstandscapaciteit

Leegstand en verminderde huurinkomsten

S

100

50%

50

50

Risico
Vanwege krimp, ontgroening, marktwerking, invoering van beleidsregels verhuur in schoolgebouwen en minder subsidies wordt de vraag naar ruimte voor onderwijs, kinderopvang, sport en recreatie minder en dalen de huurinkomsten. De effecten zijn zichtbaar. Zo is sprake van meer leegstand en minder huurinkomsten bij de Horizonscholen. De verwachting is dat er de komende jaren sprake is van steeds dalende huuropbrengsten.

Beheersmaatregel
Om het risico te beperken hebben we de volgende maatregelen getroffen:

  • het verkleinen van de vastgoedportefeuille en het clusteren van activiteiten (Voorzieningenkaart 2030)
  • het verlagen van de kosten (prestatiecontracten onderhoud, minder beheer, energiemanagement)
  • een bezuiniging op het beheer van Horizonscholen.

Heesch-West

I

PM

50%

PM

PM

Risico
De totale boekwaarde van dit regionale project is per 31 december 2016 € 64,3 miljoen. Het Osse aandeel hiervan is 30%. Op basis van het regionaal ruimtelijk overleg d.d. 13 oktober 2016 is gekozen voor gefaseerde ontwikkeling.
De grondexploitatie was gebaseerd op 76 hectare bedrijfsbestemming. Door de huidige onderbouwing van een masterplan dient te worden aangetoond dat er behoefte is om de eerste fase van 50 hectare te ontwikkelen. De overige 26 hectare wordt doorgeschoven naar een tweede fase. Op grond hiervan is bij de nieuwe grondexploitatieberekening 26 hectare afgewaardeerd naar agrarische grondwaarde van € 6 per vierkante meter. Het verwachte verlies van Heesch-West bedraagt eind 2028 € 43,7 miljoen (eindwaarde). Op grond hiervan hebben de deelnemende gemeenten de verliesvoorziening met € 25 miljoen moeten verhogen. In zijn totaliteit bedraagt de verliesvoorziening per 31 december 2016 € 43,7 miljoen en is gelijk aan het nieuw berekende tekort.

Beheersmaatregel

Op basis van ons aandeel (30%) hebben we bij de jaarrekening 2016 € 7,5 miljoen extra in de verliesvoorziening gestort. Onze verliesvoorziening bedraagt daardoor € 13,1 miljoen per 31 december 2016. Aanvullend hadden we een risicoreserve Heesch-West van € 2,7 miljoen gevormd. Door de aanvulling van de verliesvoorziening Heesch-West in 2016 is de risicoreserve met € 700.000 verlaagd tot € 2,0 miljoen.

Het algemeen bestuur werkt op dit moment samen met de provincie Noord-Brabant een masterplan uit voor de onderbouwing van de behoefte aan Heesch-West.

Realisatie van bezuinigingen

S

375

20%

75

75

Risico
In de programmabegroting 2014-2017 is voor een bedrag van € 6,4 miljoen aan bezuinigingen opgenomen. Hierin is een aantal bezuinigingen opgenomen die de komende jaren nog gerealiseerd moeten worden. Deze bezuinigingen zijn planmatig inmiddels wel allemaal uitgewerkt. Risicovollere bezuinigingen hierbinnen zijn de bezuinigingen op het gebied van cultuur en sport.

Vanaf 2017 is een bezuiniging op de buitensport ingeboekt van € 237.000 per jaar. Naast tariefsverhoging mogen de sportverenigingen andere maatregelen doorvoeren om tot kostenbesparing te komen. Verschillende maatregelen zijn inmiddels zeker, maar dat geldt niet voor alle. Het risico bestaat dat de maatregelen niet voldoende zijn om de bezuiniging helemaal te realiseren. In de programmabegroting 2017-2020 is voor 2017 de bezuiniging verlaagd. Voor de jaren erna moet nog een taakstelling ingevuld worden van € 125.000. De structurele bezuinigingsmaatregelen leggen we in 2017 ter besluitvorming voor aan de gemeenteraad.
Verder hebben we bij de programmabegroting 2017-2020 in programma 3. Voorzieningen voor sport, cultuur en ontmoeten opgenomen dat we de bezuiniging op de Muzelinck in 2017 met € 100.000 verlagen.

Beheersmaatregel
Zoals alle bezuinigingen worden ook deze bezuinigingen kritisch gevolgd. In de programmabegroting 2017- 2020 zijn alle bezuinigingen kritisch bekeken en op uitgewerkte plannen gebaseerd. De bezuinigingsbedragen zijn daarop geactualiseerd. Het risico is hiermee relatief beperkt.

Algemene bedrijfsreserve grondbedrijf (ABR)

I

600

20%

120

120

Risico
De ABR van het grondbedrijf dient voor de conjuncturele risico’s op te vangen. Vertraging in de uitgifte van gronden door een lagere woningvraag of een verlaging van de grondprijzen door een slechtere economie zijn voorbeelden van conjuncturele risico’s. Per 31 december 2016 bedraagt de ABR € 0,4 miljoen. De minimale ondergrens van de ABR is op € 1 miljoen bepaald.
Dat bedrag moet beschikbaar blijven, zelfs in het meest negatieve scenario. In dat meest negatieve scenario gaan we uit van de fictie dat alle winstnemingen 50% lager uitvallen. Op basis van dit negatieve scenario zou de ABR in 2021 uitkomen op € 3,4 miljoen. De algemene reserve dient nu tijdelijk als achtervang voor het tekort van de ABR. Het saldo van de ABR is € 0,6 miljoen lager dan de minimale ondergrens van € 1 miljoen.

Beheersmaatregel
Grondexploitaties worden twee keer per jaar gemonitord en doorgerekend op basis van actuele uitgangspunten. Voor een nadere toelichting op de uitgangspunten die hierbij gehanteerd zijn verwijzen we naar het MPG van het grondbedrijf.

Overdracht beheer Horizonscholen

I

100

50%

50

50

Risico
In 2014 heeft de raad besloten het beheer van de Horizonscholen aan stichting OOG en SKBO over te dragen. Hieraan lag een overdrachtsdocument ten grondslag dat is opgesteld in samenwerking met alle gebruikers van de huidige Horizonscholen. Er zijn zorgen over de planning, de kosten van aanpassingen van de gebouwen en over de exploitatielasten van de gebouwen. De schoolbesturen willen dat de gebouwen voorafgaand aan overname worden aangepast om de exploitatiekosten van de gebouwen te verlagen door verkleining en verduurzaming van de gebouwen. Diverse scenario’s zijn samen met de scholen onderzocht, maar dit heeft niet tot een passende oplossing geleid. De schoolbesturen hebben daarom eind 2016 aangegeven het beheer niet te willen overnemen.

Beheersmaatregel
Er worden nu alternatieve scenario’s onderzocht. We verwachten hier meer duidelijkheid over in het tweede kwartaal van 2017.

Planschade claim Hofmans

I

PM

100%

PM

PM

Risico
De Raad van State heeft op 9 december 2015 een uitspraak gedaan dat Hofmans schade heeft geleden. Op 19 juli 2016 heeft het college een planschadevergoeding toegekend. Hofmans heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank.

Beheersmaatregel
De beroepszaak zou kunnen leiden tot een ander bedrag aan planschadevergoeding. We zullen het college dan zo snel mogelijk in een voorstel informeren over de omvang van de kosten.

[1] In deze kolom is aangegeven of het risico naar verwachting een structureel of incidenteel effect heeft. In het geval van een structureel risico geven we de bedragen per jaar weer.
[2] In deze kolom is aangegeven of het risico naar verwachting een structureel of incidenteel effect heeft. In het geval van een structureel risico geven we de bedragen per jaar weer.

4. Vervallen risico's

De volgende risico's die in de Programmabegroting 2017-2020 nog naar voren kwamen zijn nu vervallen.

Risico

Actie

Transitie jeugdzorg

In verband met overschot van € 1,0 miljoen in 2016 op jeugdzorg kan dit risico vervallen.

Pivot park/OLSP vastgoed

Begin 2017 hebben Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant en de gemeenteraad Oss aanvullende middelen beschikbaar gesteld om Pivot Park 2.0 impulsen te geven voor een duurzame exploitatie en daarmee de economie en de werkgelegenheid van Oss en van Brabant te stimuleren.

Taakstelling vergunninghouders

Door de afnemende toestroom van vluchtelingen is de taakstelling 2017 gematigd. In 2016 hebben we ondanks de hoge instroom nagenoeg volledig aan de taakstelling voldaan. Voor 2017 denken we daar volledig aan de taakstelling te kunnen voldoen.

ICT investeringen sociaal domein

In de paragraaf bestemmingsresultaat vragen we middelen o.a. voor het financieren van ICT aanpassingen. Met deze middelen is het voldoende om de veranderingen op te kunnen vangen.

Renterisico N329

De kapitaallasten kunnen uit beschikbare begrotingspost worden afgedekt.

Beschermd wonen

Bij het onderdeel resultaatbestemming wordt verzocht € 1,4 miljoen over te hevelen naar 2017. Met dit bedrag is het voldoende om de risico’s af te dekken.

Leerlingenvervoer

De nieuwe aanbesteding heeft een positief effect op de kosten. Bij de programmabegroting 2018-2021 kunnen we zien of dit een structureel positief effect gaat hebben.

5. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit

Onder het begrip weerstandsvermogen verstaan we het vermogen van de gemeente om risico’s op te kunnen vangen, zodat het afgesproken gemeentelijke takenpakket toch onverkort uitgevoerd kan worden.
In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) wordt aangegeven dat het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen enerzijds:

  • de weerstandscapaciteit: de middelen waarover we (kunnen) beschikken om niet begrote kosten te kunnen dekken, en anderzijds:
  • alle risico’s waar nog geen voorzieningen voor gevormd zijn en die van materiële betekenis kunnen zijn.

Voor de gemeente is de weerstandscapaciteit van belang. Een sluitende begroting geeft weliswaar aan dat er evenwicht is tussen de uitgaven en inkomsten, maar ook dat er beperkte ruimte is voor het opvangen van tegenvallers. De weerstandscapaciteit bestaat uit twee onderdelen; de structurele en de incidentele weerstandscapaciteit.

Structurele weerstandscapaciteit
De structurele weerstandscapaciteit dient voor het opvangen van risico’s met een meerjarig effect. Deze middelen worden gevormd door de onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien.

Op basis van de OZB-tarieven per 1 januari 2017 en de waarde van de onroerende zaken naar de toestand per 1 januari 2016 zullen de OZB-opbrengsten met € 1,0 miljoen moeten stijgen voordat het zogenaamde ‘redelijk peil’ van het belastingpakket bereikt is. Hierbij is nog geen rekening gehouden met toekomstige inflatiecorrecties zoals vastgesteld in eerdere begrotingen.

De post onvoorzien (€ 300.000) is structureel in de begroting opgenomen en maakt ook onderdeel uit van de structurele weerstandscapaciteit.

Incidentele weerstandscapaciteit
De incidentele weerstandscapaciteit is als volgt opgebouwd:

  • het vrij aanwendbare deel van de algemene vrije reserve (inclusief de algemene bedrijfsreserve van het  grondbedrijf)
  • de niet beklemde bestemmingsreserves (overige bestemmingsreserves)
  • de stille reserves

- algemene vrije reserve
In het verleden stelde de provinciale toezichthouder een norm voor de hoogte van de algemene vrije reserve. Deze norm was 10% van de algemene uitkering. Tegenwoordig kan elke gemeente zelf een norm stellen voor de noodzakelijke omvang. Hierbij zijn de volgende aspecten van belang:

  • heeft de gemeente alle risico’s in beeld?
  • welke beheersmaatregelen heeft de gemeente inmiddels genomen om risico’s te beperken?
  • welke risico’s zijn nog niet afgedekt?

Alle risico’s hebben we naar verwachting voldoende herkend. Het grootste deel van deze risico’s hebben we ook voorzien van beheersmaatregelen en waar nodig afgedekt door middel van een voorziening of reserve (bijvoorbeeld het grondbedrijf). Ook de risico’s die zich kunnen voordoen bij grote projecten, zoals Heesch-West, hebben we in beeld gebracht. Hiervoor hebben we bovendien beheersmaatregelen geformuleerd en deels dekkingsmiddelen gereserveerd.
Daarnaast hebben we risico’s geïdentificeerd waarvan we het bedrag en de kans van optreden met onvoldoende zekerheid kunnen bepalen. Deze komen ten laste van de weerstandscapaciteit.

Uitgaande van de oorspronkelijke provinciale norm, de hiervoor genoemde 10% van de algemene uitkering, dient de algemene vrije reserve ongeveer € 16 miljoen te zijn (per 1 januari 2016). Hierbij is rekening gehouden met de stijging van de algemene uitkering vanwege de decentralisaties in het sociaal domein. De algemene reserves hebben per 31 december 2016 een omvang van € 12,4 miljoen (€ 12,0 miljoen algemene vrije reserve en € 0,4 miljoen algemene bedrijfsreserve van het grondbedrijf (ABR)). Dit is exclusief het jaarrekeningresultaat van 2016.

- niet beklemde bestemmingsreserves
Bestemmingsreserves bevatten middelen die de gemeenteraad voor een bepaalde doelstelling geoormerkt heeft. De gemeenteraad is bevoegd om de bestemming van deze reserves te wijzigen of te besluiten tot extra mutaties ten laste of ten gunste van deze reserves. De bestemmingsreserves kunnen hiermee dus ingezet worden voor het opvangen van risico’s als die zich voordoen.

We kennen twee soorten bestemmingsreserves. De bestemmingsreserves voor de afdekking van afschrijvingslasten e.d. en de overige bestemmingsreserves. De bestemmingsreserves voor de afdekking van afschrijvingslasten e.d. zijn niet beschikbaar voor de incidentele weerstandscapaciteit, omdat deze structureel zijn ingezet voor de afdekking van (kapitaal)lasten in de begroting. De overige bestemmingsreserves kunnen wel ingezet worden voor het afdekken van risico’s als de raad hiertoe besluit. Dit betekent wel dat deze middelen in dat geval niet meer beschikbaar zijn voor het oorspronkelijke doel waarvoor de bestemmingsreserves gevormd zijn.

- stille reserves
Stille reserves zijn activa waarvan de boekwaarde lager is dan de werkelijke waarde en die direct verkoopbaar zijn. Een volledig beeld is niet voorhanden.

Totale weerstandscapaciteit
Samengevat is de huidige weerstandscapaciteit:

bedragen in euro’s

Structurele weerstandscapaciteit

Bedrag

Onbenutte belastingcapaciteit

975.380

Post onvoorzien

300.000

Totaal

1.275.380

Incidentele weerstandscapaciteit (31-12-2016)

Algemene reserves

12.398.696

Niet beklemde bestemmingsreserves

40.874.276

Stille reserves

PM

Totaal

53.272.972

6. Financiële kengetallen

Op basis van een wijziging van het BBV nemen we voortaan een aantal financiële kengetallen in deze paragraaf op, zowel in de begroting als in het jaarverslag. Eerst geven we een analyse van de financiële positie op basis van deze kengetallen. Daarna lichten we toe wat de kengetallen betekenen.

Omschrijving

Rekening 2015

Begroting 2016

Rekening 2016

Netto schuldquote

62,19%

69,28%

52,41%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

43,10%

48,87%

36,53%

Solvabiliteitsratio

31,63%

30,60%

32,11%

Structurele exploitatieruimte

1,69%

0,37%

0,81%

Grondexploitatie

22,27%

18,17%

17,79%

Belastingcapaciteit

98,01%

97,77%

95,53%

Analyse kengetallen en financiële positie

Op basis van deze kengetallen concluderen we dat onze financiële positie gezond is.
De netto schuldquotes en de solvabiliteitsratio geven aan dat we met voldoende eigen middelen (reserves) gefinancierd zijn. Onze afhankelijkheid van externe financiering is niet te groot. De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen vallen binnen de norm. De omvang van de schulden ten opzichte van de baten neemt af. De solvabiliteitsratio ligt stabiel boven de norm. Onze bezittingen op de balans zijn in voldoende mate gefinancierd met eigen vermogen.
De structurele exploitatieruimte is positief. Dit betekent dat we structurele tegenvallers kunnen opvangen.
Het kengetal grondexploitatie is een voorgeschreven kengetal. Het kengetal op zich is niet bruikbaar om conclusies te trekken over de risico’s in de grondexploitatie. De paragraaf grondbeleid en het MPG zijn daarvoor betere instrumenten.
Met de belastingcapaciteit zitten we onder het landelijk gemiddelde. We hebben nog ruimte om de belastingen te kunnen verhogen om financiële risico’s af te dekken als dit nodig is.

Nadere toelichting indicatoren

Netto schuldquote
De netto schuld geeft informatie over de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de baten in de begroting. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossingen op de exploitatie. Het is normaal als de netto schuldquote tussen de 20% en 70% ligt. Tussen de 70% en de 80% dreigt de schuldomvang te hoog te worden. Boven de 80% zijn alle bezittingen zwaar belast met schulden.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Via deze ratio wordt in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Voor deze ratio gelden dezelfde normen als bij de netto schuldquote.

Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Bij deze ratio dreigt de schuld van de gemeente te hoog te worden als deze zich tussen de 20% en 30% bevindt. Onder de 20% zijn de bezittingen zwaar belast met schulden. Een ratio boven de 30% is aanvaardbaar.

Kengetal grondexploitatie
De grondexploitatie kan een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze bij verkoop terugverdiend moet worden.

Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting is het belangrijk om onderscheid te maken tussen de structurele en incidentele lasten. Als dit kengetal positief is, is er ruimte om structurele tegenvallers op te vangen.

Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden
De ruimte die een gemeente heeft om de belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten.