Financiering

Inleiding

De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma’s. De treasuryfunctie gaat over de financiering van beleid en het aantrekken van de geldmiddelen die daarvoor nodig zijn. De uitvoering van deze taak vraagt snelle beslissingen in een complexe geld- en kapitaalmarkt.
Het beleid van Oss voor de treasuryfunctie is vastgelegd in het treasurystatuut.

De belangrijkste punten uit het treasurystatuut zijn:

  • Overtollige gelden zetten we alleen uit bij banken of instellingen die voldoen aan de eisen van de Wet Fido en de bijbehorende uitvoeringsregeling.
  • Het aantrekken van leningen gebeurt door bij tenminste 2 financiële instellingen een offerte aan te vragen.
  • We maken alleen gebruik van financiële instrumenten om risico’s te verkleinen en niet om te speculeren.

Uit deze keuzes blijkt dat we voor een laag risicoprofiel gekozen hebben.

1. Algemene ontwikkelingen

Onder invloed van het huidige economische klimaat houdt de Europese Centrale Bank (ECB) de rente nog een lange tijd op of onder het huidige historisch lage niveau. Het beleid van de ECB is erop gericht de prijsstabiliteit te handhaven door het voeren van een ruim monetair beleid waardoor ook de rente laag kan blijven.
De lange rentetarieven zullen naar verwachting op termijn wel gaan oplopen onder invloed van het toekomstige gematigde herstel.

Het is van belang de behoefte aan toekomstige financieringsmiddelen nauwkeurig te ramen. Om een goed inzicht te krijgen in de meerjarige financieringsbehoefte werken we met een meerjarig liquiditeitenoverzicht waarin we de te verwachten opbrengsten uit de verkoop van particuliere grond en bedrijfsgrond meenemen.
Op basis daarvan concluderen we dat het op dit moment zeer aantrekkelijk is om in de tijdelijke extra financieringsbehoefte te voorzien met een lening voor een periode > 1 jaar in combinatie met het maximaal benutten van de kasgeldlimiet. Dat komt door de historisch lage rente en door de te verwachten inkomsten uit grondverkopen op basis van het Najaarsbericht 2016.

Momenteel zijn de tarieven voor 1-maands kasgeld -0,40% en voor rekening-courant krediet 0,7%.
Het tarief voor leningen met een looptijd> 1 jaar is momenteel -0,3%.

2. Langlopende leningen

Op 29 januari 2016 hebben we een lening van € 15 miljoen afgesloten met een looptijd tot 1 februari 2017 tegen -/- 0,03% rente. Op 1 februari 2017 is deze lening verlengd tot 5 februari 2018 tegen -/- 0,3% rente.

bedragen x € 1.000

Omschrijving

Opgenomen

Verstrekt

Stand per 1 januari 2016

161.271

57.964

Aflossingen in 2016

22.134

10.165

Opgenomen/uitgezet

15.000

4.251

Stand per 31 december 2016

154.137

52.050

3. Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is het maximum aan gemiddelde netto vlottende schuld dat een gemeente in een kwartaal mag hebben. Bij netto vlottende schuld gaat het om financieringen met een looptijd korter dan 1 jaar.

De minister heeft de kasgeldlimiet op 8,5% van het begrotingstotaal vastgesteld. Voor Oss was de limiet in 2016 € 23,2 miljoen.

Onze liquiditeitspositie over alle kwartalen van 2016

bedragen x € 1.000

Stappen

1e kwartaal 2016

2e kwartaal 2016

3e kwartaal 2016

4e kwartaal 2016

Vlottende schuld (1)

21.361

14.839

6.526

2.507

Vlottende middelen (2)

0

0

0

0

Netto vlottend (+) of Overschot middelen (-)(3)

21.361

14.839

6.526

2.507

4 Gemiddelde van (3)

21.361

14.839

6.526

2.507

Ruimte onder de kasgeldlimiet

1.854

8.376

16.689

20.708

Stappen (5-9)

Variabelen

Bedragen

(5)

Kasgeldlimiet

23.215

(6a) = (5>4)

ruimte onder de kasgeldlimiet

(6b) = (4>5)

overschrijding van de kasgeldlimiet

Berekening kasgeldlimiet (5)

(7)

Begrotingstotaal

273.127

(8)

Percentage regeling

8,5%

(5) = (7) x (8) / 100

Kasgeldlimiet

23.215

4. Renterisiconorm

Bij het bepalen van de duur van de geldleningen die we aantrekken moeten we rekening houden met de renterisiconorm die in de Wet Fido wordt voorgeschreven.
De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering van langlopende geldleningen te beheersen. Het renterisico wordt daarbij bepaald als de som van de renteherzieningen en de aflossingen. Het is van belang dat renteherzieningen en aflossingen in de tijd gespreid zijn. De renterisiconorm is vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Voor Oss was de norm in 2016 € 54,6 miljoen.
Uit de staat van opgenomen langlopende geldleningen blijkt dat we de renterisiconorm in 2016 voor 40% (€ 22,1 miljoen) gebruikt hebben. In de lijn van het treasurybeleid is dat aan de veilige kant.

Ons renterisico over de vaste schuld in de jaren 2016-2019

bedragen x € 1.000

Stap

Variabelen renterisico(norm)

2016

2017

2018

2019

1

Renteherzieningen

0

0

0

0

2

Aflossingen

22.134

33.141

28.157

13.173

3 (1+2)

Renterisico

22.134

33.141

28.157

13.173

4

Renterisiconorm

54.625

55.600

55.600

55.600

(5a) = (4>3 )

Ruimte onder renterisiconorm

32.491

22.459

27.443

42.427

(5b) = (3>4)

Overschrijding renterisiconorm

Renterisiconorm

Berekening

Begrotingstotaal jaar 2016

4a

Percentage

20%

20%

20%

20%

4b

Regeling

273.127

278.000

278.000

278.000

(4) = (4a x 4b/100)

54.625

55.600

55.600

55.600

5. Schatkistbankieren

Eind 2013 is de wet verplicht schatkistbankieren van kracht geworden. Vrijwel gelijktijdig hebben de Staat en de gemeente Oss een rekening-courant overeenkomst afgesloten en een werkrekening voor schatkistbankieren geopend.
Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen is een drempelbedrag vastgesteld dat buiten de schatkist mag worden gehouden. Het drempelbedrag is 0,75% van het begrotingstotaal en was in 2016 € 2 miljoen.
Op basis van het BBV rapporteren we in de toelichting op de balans van de jaarrekening over het drempelbedrag en het gebruik daarvan in elk kwartaal.
Uit dit overzicht blijkt dat we in 2016 in alle kwartalen ruimschoots binnen de limiet zijn gebleven.